Basisonderwijs
Het basisonderwijs is bedoeld voor kinderen van 4 tot 12 jaar in het reguliere onderwijs. Een kind is vanaf zijn vijfde jaar leerplichtig. In Nederland gaan ruim 1,5 miljoen kinderen naar ca. 7.000 basisscholen. De gemiddelde basisschool telt 225 leerlingen. Er zijn ongeveer 1.000 schoolbesturen. In het basisonderwijs zijn ca. 175.000 mensen werkzaam.

Aantal leerlingen en scholen
Kosten basisonderwijs
Aantal arbeidsplaatsen
Schoolsoorten
Schaalvergroting
Trends in onderwijs

Aantal leerlingen en scholen
Het aantal kinderen in het basisonderwijs is de afgelopen 10 jaar redelijk stabiel en schommelt rond de 1,5 miljoen kinderen. Vanaf 2013 zal het aantal basisschoolkinderen geleidelijk dalen met 1% per jaartot 1,35 miljoen in 2021.
Na 2012 stijgt het aantal basisschoolleerlingen weer tot ca. 1,4 miljoen in 2031. Na 2031 treedt een stabilisatie op.
De basisscholen worden groter. De gemiddelde schoolgrootte is de afgelopen jaren gegroeid van 223 naar 225 leerlingen.

Basisonderwijs 2007/’08 2008/’09 2009/’10 2010/’11*
Totaal aantal leerlingen 1.552.548 1.553.332 1.548.419 1.534.362
Aantal scholen 6.913 6.910 6.895 6.993
Gemiddeld aantal leerlingen per school 225 225 225 219
Tabel vanaf schooljaar 2000/’01       *) prognose
Bron: CBS

Kosten basisonderwijs
De kosten voor het basisonderwijs bedragen € 7,7 miljard [1]. Dat is ca. € 5.000 per leerling. Het budget per leerling blijft de komende jaren ongeveer gelijk. Omdat het leerlingaantal gaat dalen, daalt ook de begroting de komende jaren met 1% per jaar. Zie: begroting OCW 2012-2016

Uitgaven per leerling 2011 2012 2013
BO 5.000 5.300 5.300
SBO 9.700
(V)SO 21.900 22.100 21.600
PO 5.100 5.300 5.300
      bron: OCW

Aantal arbeidsplaatsen
In 2011 waren 152.000 personen werkzaam In het basisonderwijs (directie, onderwijzend en onderwijs ondersteunend personeel). Tot 2009 steeg de werkgelegenheid nog, maar sinds 2010 is er een lichte daling zichtbaar.

Aantal FTE 2008 2009 2010 2011
Directie 9.439 9.639 9.435 8.883
Docenten 86.474 88.404 86.697 83.091
Overig 10.113 12.077 12.074 11.696
Totaal FTE 106.026 110.120 108.206 103.670
         
Aantal personen 2008 2009 2010 2011
Directie 10.473 10.850 10.752 10.297
Docenten 119.326 124.796 123.161 119.551
Overig 18.839 22.380 22.480 22.007
Totaal aantal personen 148.638 158.026 156.393 151.855
        bron: OCW

Schoolsoorten / Richtingen / denominaties
Het onderwijs in Nederland is vrij. Ouders kunnen kiezen voor een openbare school of een bijzondere school gebaseerd op een religie of levensbeschouwing. De volgende ‘schoolsoorten’, ‘richtingen’ of ‘denominaties’ worden daarbij door de overheid erkend en gefinancierd:

  1. Openbaar onderwijs.
  2. Bijzonder onderwijs op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag (ook wel confessioneel onderwijs genoemd): protestants-christelijk, rooms-katholiek, joods, islamitisch, hindoeïstisch, gereformeerd, reformatorisch, evangelisch en interconfessioneel (oecumenisch).
  3. Bijzonder onderwijs op onderwijskundige grondslag (ook wel algemeen bijzonder of neutraal onderwijs genoemd): Montessori, Dalton, Jenaplan, Freinet, Leonardoschool, Vrijeschool, Ervaringsgericht, Ontwikkelingsgericht, Gisdo, Democratisch, Sudbury, Iederwijs en Nuts.

Het komt ook voor dat het onderwijsconcept van het algemeen bijzonder onderwijs (Montessori, Dalton, Jenaplan ed.) wordt toegepast in het openbaar onderwijs en het confessioneel onderwijs. Lees meer over: richtingen

Scholen kunnen ook samenwerken in een samenwerkingsschool – een combinatie van een aantal richtingen. Voor het participeren van openbaar onderwijs in een samenwerkingsschool stelt de wet bijzondere voorwaarden (Wet op de samenwerkingsschool).

Levensbeschouwelijke grondslag Leerlingen aandeel Scholen aandeel Gem.grootte
Openbaar onderwijs 469.626 31% 2.324 33% 202
Protestants-christelijk onderwijs 425.530 28% 2.084 30% 204
Katholiek onderwijs 519.988 34% 2.078 30% 250
Overig bijzonder onderwijs 119.218 8% 507 7% 235
Totaal 1.534.362 100% 6.993 100% 892
          bron: CBS

Schaalvergroting door fusies
Er zijn ca. 1.000 schoolbesturen in het basisonderwijs. Schoolbesturen zijn klein; de helft van de besturen heeft slechts één school onder zijn hoede. Door fusies neemt het aantal schoolbesturen echter af en ontstaan steeds meer grote schoolbesturen. Deze bestuurlijke schaalvergroting heeft zich vooral voorgedaan in de periode 1994-2005. Het totaal aantal schoolbesturen is toen gehalveerd. Nog steeds neemt het aantal schoolbesturen jaarlijks door fusies met ongeveer 20 af. Vanwege een aantal gebleken misstanden bij grote schoolbesturen staat de schaalvergroting echter ter discussie .
Lees meer over: schaalvergroting in onderwijs

Trends in het onderwijs
(nog nader in te vullen)

Trends in de onderwijshuisvesting
(nog nader in te vullen)

—————————————————————————–
BRONNEN:
       CBS
       OCW (Duo)
—————————————————————————–
VOETNOTEN:
[1]  OC&W begroot in 2013 de kosten voor (V)SO, SBO en BO gezamenlijk op € 9,7 miljard.
Uit de toelichting en de ‘kerncijfers 2007-2011’ valt af te leiden dat:
€ 7,7 bestemd is voor BO,
€ 0,4 voor SBO en
€ 1,6 voor (V)SO.
—————————————————————————–

Speciaal Basisonderwijs »