Decentralisatie: overheveling van taken van het rijk naar gemeenten

Geschiedenis
Decentralisatie van taken vindt al langer plaats. In de jaren 90 is het idee ontstaan dat gemeenten taken beter en goedkoper kunnen uitvoeren. Zo rond 2002 komt hier de opvatting bij dat decentralisatie ook wenselijk is om beter te kunnen inspelen op de behoeften van de burger. Met decentralisatie wil men een slanke, efficiënte, klantgerichte publieke sector realiseren. Het rijk en de VNG raken hierover in gesprek met elkaar. Uiteindelijk wordt deze gedachte uitgewerkt in de ‘Code Interbestuurlijke verhoudingen’ (Jan 2005).

Huidige plannen
In de regeerakkoorden van 2007[1] en 2010[2] worden decentralisatie expliciet genoemd.
Het regeerakkoord van 2007 spreekt van het ‘met kracht bevorderen’ van decentralisatie om te komen tot een slanke, efficiënte, klantgerichte publieke sector. Er worden hierover afspraken gemaakt met gemeenten[3].
Het regeerakkoord 2010 wil verder decentraliseren – onder meer om het ‘aantal ambtenaren in alle bestuurslagen te kunnen verminderen’. Jeugdzorg en delen van de AWBZ zullen volgens het regeerakkoord gemeentelijke taken worden.
De onderhandelingen hierover met de gemeenten zijn nog gaande[4].

Uitzonderingen decentralisatie
Een uitzondering op de trend tot decentralisatie vormen de thema’s Openbare orde en veiligheid. Daar is juist sprake van centralisatie. Voorbeelden hiervan zijn het opheffen gemeentepolitie (1993), de invoering veiligheidsregio’s (2004) en de geplande invoering van een landelijke politie (2012).

Overzicht gedecentraliseerde taken  <lees verder>

[1]  Regeerakkoord CDA, PvdA, ChristenUnie ‘Samen werken, samen leven’ (feb 2007)
[2]  Regeerakkoord VVD-CDA ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’ (sept 2010)
[3]  Uitgewerkt in het Bestuursakkoord Rijk en Gemeenten ‘Samen aan de slag’ (juni 2007)
[4]  Concept-Bestuursakkoord 2011-2015, april 2011

Inhoudsopgave