Opdrachtgever: Gemeente Westland
Doorlooptijd: 2009
Opdracht: Analyseren financiële en ruimtelijke gevolgen nieuw rekenmodel ruimtebehoefte basisscholen
Activiteiten:
  • Bepalen ruimtebehoefte volgens huidige & nieuwe rekenmodel
  • Bepalen capaciteit bestaande huisvesting volgens beide methoden
  • Berekenen benodigde uitbreiding volgens beide methoden
  • Analyseren oorzaken verschillen in ruimtebehoefte

———————————————————————————————————————————————————————

Achtergrond

In 2008 heeft de VNG bij circulaire aan de gemeentebesturen voorgesteld om de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs’ aan te passen. Hierbij wordt o.a. de berekening van de ruimtebehoefte voor basisscholen gewijzigd: niet langer wordt gerekend in lokalen, maar met m2 per leerling. Daarnaast wordt aan gewichtenleerlingen permanente huisvesting toegekend, terwijl de huidige ruimtenormering uitgaat van tijdelijke ruimtebehoefte voor de gewichtenleerlingen.
De gemeente Westland staat voor de keuze of zij deze wijziging wil doorvoeren. Zij wil daarom weten wat de gevolgen zijn voor haar Integrale Huisvestingsplan Onderwijs voor wat betreft investeringen. Voor het Westland zijn daarom de verschillen in ruimtebehoefte en capaciteit volgens beide methoden geanalyseerd.

Aanpak

De ruimtebehoefte is berekend volgens de oude en nieuwe methode. Vervolgens is ook de capaciteit van de bestaande gebouwen bepaald conform de oude én de nieuwe rekenmethode. Tenslotte zijn de gebouwen met een relatief laag Functioneel Nuttig Oppervlakte (FNO) geïdentificeerd. Voor deze inefficiënte gebouwen is een fictief (lager) BVO vastgesteld – de nieuwe verordening staat dit toe.

Resultaat

Bij invoering van de nieuwe VNG-ruimtenorm stijgt de ruimtebehoefte met minimaal 1.100 m2. Deze toename ten opzichte van de huidige norm wordt veroorzaakt door:

  • afwijkende gemiddelde schoolgrootte.
  • afwijkende leeftijdsopbouw van de leerlingen (verhouding boven- en onderbouw).
  • efficiënte ontworpen gebouwen of het ontbreken van een speellokaal.

Invoering van een soepele norm voor inefficiënte gebouwen geeft hier bovenop een extra ruimtebehoefte van 600-700 m2.