Opdrachtgever: Kenniscentrum voor Gemengde Scholen
Doorlooptijd: 2013
Opdracht: Onderzoek naar de rol van kwaliteit van schoolgebouwen op de schoolkeuze
van ouders
Activiteiten:
  • Ontwikkelen schoolgebouwen scan
  • Interviews met ouders en directeuren
  • Beoordeling kwaliteit van schoolgebouwen
  • Data-analyse en rapportage

———————————————————————————————————————————————————————

Trekt een kwalitatief goed schoolgebouw kinderen aan? Een stadsdeel in Amsterdam wilde weten of een schoolgebouw zo aantrekkelijk gemaakt kan worden dat het voor ouders extra interessant is om hun kinderen er naar toe te sturen. De relatie tussen schoolkeuze en gebouw is nog nauwelijks onderzocht

Achtergrond

Duidelijk is dat er geen directe verbanden zijn tussen de kwaliteit van een schoolgebouw en leerling-groei. Er zijn immers scholen in nieuwe gebouwen die niet groeien en ook scholen in oude gebouwen die wel groeien. Maar zijn er misschien subtiele (indirecte) verbanden tussen kwaliteit van het schoolgebouw en ouderkeuzes?

Doelstelling

Doelstelling: onderzoeken of de kwaliteit van het schoolgebouw van invloed is op de schoolkeuze van ouders. Hiervoor zijn twee onderzoeksvragen gedefinieerd:

  • Hoe wordt die kwaliteit beoordeeld door de gebruiker?
    Om deze vraag te beantwoorden is met de directeur de kwaliteit van het schoolgebouw beoordeeld en is gevraagd naar zijn/haar mening over de kwaliteit van het schoolgebouw.
  • Speelt de kwaliteit van schoolgebouwen een rol bij de keuze van ouders voor een basisschool in het stadsdeel?
    Hierop zijn ouders bevraagd.

Aanpak

Er is een klein verkennend en kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder slechts zes scholen. De resultaten moeten dus voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Voor het beoordelen van de kwaliteit van een schoolgebouw is een schoolgebouw-spin ontwikkeld. Op basis van de ingevulde schoolgebouw-spin is vastgesteld wat de kwaliteit van de gebouwen is bij de zes onderzochte scholen (naar het oordeel van de directeur en een externe expert). Aan de hand van de spin kunnen de gebouwen ook systematisch met elkaar worden vergeleken. Daarnaast zijn ouders bevraagd over hun oordeel over de kwaliteit van de schoolgebouwen en over hun motieven voor schoolkeuze.

Resultaat

Het blijkt dat het gebouw op zichzelf geen rol van betekenis speelt bij de schoolkeuze. Ouders zeggen dat het gebouw bij de schoolkeuze niet belangrijk is. Immers: “Het gebouw geeft mijn kinderen geen onderwijs.” Het gaat er volgens de ouders om dat er geleerd wordt en daarvoor willen ze naar “het totaalplaatje” kijken: een school in de buurt (niet ver weg), de kwaliteit van het onderwijs, wat anderen aanraden, de sfeer in de school en het contact tijdens de rondleiding en bij het eerste bezoek.
Ouders beoordelen ook oude gebouwen nog steeds  als ‘geschikt’.

Bij een beoordeling van het gebouw letten alle ouders voornamelijk op dezelfde aspecten, zoals schoon en veilig, ruimte en licht. Ouders die gekozen hebben toen de scholen recent in nieuwbouw zaten, beoordelen dat nieuwe van een gebouw ook expliciet en positief. Maar de ouders die kozen toen hun school in een oud gebouw zat, noemen in het gesprek ook positieve kenmerken van dat gebouw. Beide groepen ouders noemen bovendien verbeterpunten. De ervaringen die na de keuze zijn opgedaan in het gebruik van het gebouw, zijn zodoende bij beide groepen ouders genuanceerd of gemengd.

Waar ouders niet zo veel verschillen zien in de kwaliteit van het schoolgebouw, zijn wel duidelijke verschillen te zien de beoordeling van de kwaliteit door de directeuren en een expert. Samenvattend kan worden gesteld, dat de nieuwe gebouwen in het algemeen beter van kwaliteit zijn dan de oude.

Aanvullend onderzoek: kwantitatieve analyse

Naast het hiervoor beschreven kwantitatieve onderzoek, heeft de gemeente ook zelf ook kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek analyseert op leerlingniveau de relatie tussen kwaliteit en loopafstand is tot de school. Hieruit blijkt dat wanneer leerlingen op een school zitten verder weg is dan de vijf dichtstbijzijnde, het gebouw vaker een goede kwaliteit heeft. Bij nadere analyse blijkt, dat als alle kenmerken van de school hetzelfde zijn, een leerling ongeveer 150-350 meter extra reist naar een schoolgebouw van goede kwaliteit.

Kwaliteit als drempelwaarde?

Naar aanleiding van de rol die de leerlingsamenstelling speelt, vragen wij ons af of bij de kwaliteit van het schoolgebouw misschien ook iets als een minimum waarde geldt voor ouders en of het niet halen van dat minimum (bijvoorbeeld bij hygiëne) een reden is om een school niet te kiezen.

Onze hypothese is, dat voor de ouders die wij gesproken hebben ook de oude gebouwen nog steeds worden beoordeeld als ‘geschikt’ en als ‘boven de drempelwaarde’.

Wat kunt u als gemeente doen?

Wilt u investeren in onderwijs? Begin dan niet met nieuwbouw. Ouders vinden het gebouw immers niet echt belangrijk, ze gaan voor het ‘totaalplaatje’.
U kunt beter eerst scholen ondersteunen om de kwaliteit, de sfeer en de ouderbetrokkenheid te verhogen. Zo lang deze zaken niet op orde zijn, heeft nieuwbouw weinig meerwaarde.

Wilt u toch investeren gebouwen, houd dan de basiskwaliteit goed op orde en verbeter vooral het binnenklimaat – dat komt de leerprestaties ten goede en is veel goedkoper.

Vindt u dit te ingrijpend of niet goed uit te leggen? Waarom onderzoekt u dan niet of ouders de opvattingen de Amsterdamse ouders delen en hoe schoolleiders hun schoolgebouw beoordelen?
Dan kunt u echt maatwerk leveren.